Betekenis alle waarschuwingssymbolen in uw auto.


Vandaag verscheen er op ad.nl een handig artikel over alle lampjes in uw auto. Wanneer er namelijk een waarschuwingslampje in uw auto aan gaat, kan er flink wat mis zijn. Vaak valt het mee met wat er werkelijk aan de hand is maar het is wel heel erg handig om te weten wat elk lampje nou precies inhoud.

Les 1 : is het lampje rood van kleur, zet dan de auto direct stil en bel één van onze vestigingen of uw pech onderweg hulp dienst.

les 2: is het lampje oranje van kleur, dan is het zaak om direct één van onze vestigingen te bellen en langs te komen zodat wij de auto kunnen uitlezen.

Hier hebben we een handig rijtje opeen gezet waarin u alles te weten komt van elk lampje / symbool.

1. Indicator die aangeeft dat de koppeling ingetrapt moet worden 

2. Indicator die aangeeft dat het rempedaal ingetrapt moet worden

3. Auto staat op stuurslot 

4. Grootlicht ingeschakeld

5. Lage bandenspanning

6. Stadslichten staan aan

7. Problemen met koplampen / achterlichten / richtingaanwijzers

8. Problemen met de remlichten

9. Waarschuwing dat temperatuur onder de 4 graden zakt

10. Info-indicator

11. Voorgloeien dieselmotor

12. Waarschuwing voor ijsvorming

13. Probleem met het startsysteem

14. De sleutel bevindt zich niet in de auto

15. Batterij van de afstandsbediening is bijna leeg

16. Waarschuwingsafstand tot een andere auto

17. Onderhoudswaarschuwingslampje

18. Adaptieve koplampen ingeschakeld

19. Afstelling van de hoogte van de koplamp

20. Problemen met variabele achterspoiler

21. Problemen bij het activeren van een elektrisch dak

22. De airbag aan de voorzijde is uitgeschakeld

23. Handrem is ingeschakeld

24. Mistlampen voor ingeschakeld

25. Problemen met stuurbekrachtiging

26. Mistachterlichten ingeschakeld

27. Laag niveau van ruitenwisservloeistof voorruit

28. Versleten remblokken

29. Cruise control is geactiveerd

30. Richtingaanwijzer(s) aan

31. Problemen met de lichtsensor of regensensor

32. Water in brandstoffilter

33. Airbag uitgeschakeld

34. Mechanisch probleem of elektrische fout

35. Dimlicht ingeschakeld

36. Vuil luchtfilter moet worden vervangen

37. Parkeersensoren ingeschakeld

38. Problemen met het roetfilter (DPF)

39. Fout – ontkoppeling van de stekker van de aanhangwagen

40. Luchtveringsproblemen

41. Waarschuwing voor onbedoeld verlaten van de rijstrook actief (rijstrookbewaking)

42. Problemen met de katalysator

43. Gordelwaarschuwing

44. Waarschuwingslicht auto staat op de handrem

45. Dynamo- of accuproblemen

46. ​​ECO-modus ingeschakeld (instelling voor extra zuinig rijden)

47. Downhill-assist staat ingeschakeld (alleen bij SUV’s en terreinwagens, hulp bij afdalen)

48. Problemen met het koelsysteem

49. Probleem met het ABS

50. Problemen met het brandstoffilter

51. Portier niet (goed) gesloten

52. Motorkap niet (goed) gesloten

53. Brandstoftank in reservevoorraad beland

54. Problemen met automatische versnellingsbak

55. Snelheidsbegrenzer is actief

56. Problemen met vering/demping/onderstel

57. Voorruitverwarming ingeschakeld

58. ESP (Electronic Stability Program, oftewel anti-slip controle) is uitgeschakeld

59. Achterklep niet (goed) gesloten

60. Lage oliedruk

61. Automatische ruitenwissers ingeschakeld

62. Probleem met de motor 

63. Regensensor ingeschakeld

64. Achterruitverwarming ingeschakeld